Accompaniment for a Breeze

Afbeelding1

Inspired by the musical notations of birdsong that field naturalists composed at the beginning of the 20th century and featured in my dissertation, artist Oscar Santillan produced a wonderful performance in an abandonded park. Five musicians (on oboe, horn, violin, clarinet and cello), hidden in the wilderness, interpret a composition that is based on a transcription of the sounds of elusive birds that once populated the area.

story in Observant newspaper

A story about my research on the science of bird song was recently published by Maurice Timmermans on the front cover of Observant, the independent weekly of Maastricht University. You can read about it here – in Dutch. 

“Beter tien vogels in de hand dan één in de lucht” 

De geschiedenis van de ornithologie van 1880 tot 1980. Niet meteen een onderwerp waarvan je verwacht dat het aan de UM bestudeerd wordt. Wel dus. Cultuurwetenschapper Joeri Bruyninckx verdiepte zich in de praktijken en de apparatuur van vogelwetenschappers. Waarom zingen vogels eigenlijk?

radio 1 interview

I recently spoke with Pieter van der Wielen on the Dutch Radio 1 popular science show Labyrint about the sounds of birds. (you can listen to the interview here – in Dutch). 

[audio http://content1a.omroep.nl/urishieldv2/l27m28d3ff213857d2230052c9983e000000.220656cf335ef20914c9a14ab48ea522/portal/radiomanager/archive/radio1/2013/04/14/43091-radio_1_vogelgeluiden_geoneutrino_s_en_stress.mp3 ]

Vogels luisteren is niet gemakkelijk 

Vogelgeluiden registreren lijkt een eitje. Microfoon erbij en klaar. Maar zo eenvoudig is het niet. Ornithologen, oftewel vogelaars – dat zijn die mensen die je in the middle of nowhere met gigantische verrekijkers ziet staan – vliegen elkaar al eeuwen in de haren over de enige echte wetenschappelijke manier om vogelzang te registreren en te interpreteren. Joeri Bruyninckx onderzocht hoe ze hun methoden door de eeuwen heen verfijnden.

Great big silences

Perennial Acoustic Laboratory

The British Film Institute Archive has recently restored a 1924 film by photographer and cinematographer Herbert Ponting, who had joined the British Terra Nova endeavour, a scientific expedition in the early 1910s to Antarctica. The expedition became infamously ill-fated, not only because the Norwegian team of Roald Amundsen beat the British team in the race to the South Pole by a mere month, but also because the expedition party died on the return journey from the pole. Ponting’s film captures their initial hopeful moments in the camp — crew members romping after the penguins — besides the challenges that life in that Great White Silence entails. Its newly composed score (by Simon Fisher Turner) does a great job in evoking the alien beauty and its massive silences – of the medium, the expansive landscape, and the fate of the explorers.

Quite a different sound of the Antarctic is produced by the Alfred-Wegener Institute for Polar and Sear Research. Their research station, the Perennial Acoustic Laboratory, has been recording the underwater soundscape around the ice shelf. The hydrophonic recordings are transmitted live via their website. They are used to study the acoustic repertoire of whales and seals “in an environment almost undisturbed by humans”. Nevertheless, it streams also many non-biological sounds, generated by movements of the ice masses and anthropogenic events like passing ships.

The sound quality, the research team acknowledges, is far from perfect, as a result of compromises between sensitivity to animal signals and not ‘overdriving the system’. In March 2006, for instance, the researchers fell off their chair when two icebergs at 20 kilometers distance from the microphone slowly collided, which resulted in a ten-minute extended exposure of well above 200dB!

As a source of scientific research, the team explains, it is not exactly “optimized for easy listening”. The live-stream presents a monotonous static, now and then interrupted by acoustic blinks and flashes, the equivalent of a tv-set antenna reception on a snowy day. (in that sense it is different from a contemporary pastime of digi-observing hatching birds). Obviously, the expert ear may hear data where the unaccustomed only picks up noise. Yet while such static may be regarded as communicative ‘noise’, it is also a real-time trace of an actually existing deeper world, a great blue, silent wasteland. Its interruptions, clicks and flashes are alive, and thereby different from the drones and hums of mechanical noise.

That does not make them more accessible to the untrained ear though, for they are traces are of a world we can’t imagine as real. As anthropologist Stefan Helmreich states in the opening sequence of his Alien Ocean, “the ocean is strange. It represents a contrast to the cultivated land and even the solid order of culture itself.” Listening to laptop-plugged-in-earphones, either to the dramatic sounds above the ice or the live-feed beneath, are both exercises in immersion in expansive silences that, despite being mediated by culture and technology, are as far from culture as can be.

White noise

 

"zelfs daar, half verdoofd zwevend in een tandartsstoel in een verblindend witte cel was de wereld nooit absoluut stil"

Is het mogelijk om degelijk denkwerk te verrichten met geluid op de achtergrond? En wanneer wordt geluid storend? Ik vroeg het me af terwijl ik naar Olivier Messiaen’s Oiseaux Exotiques luisterde en tegelijk een tekst studeerde. Dat wilde namelijk best lukken. En dat terwijl ik lang in de jammerlijke veronderstelling had vertoefd dat stilte nodig was voor dat toch al overschatte denkwerk. Stilte zoog het kabinet vacuüm en maakte haar steriel, zodat tere gedachtenisjes veilig ter wereld kwamen. Zoiets. Onzin natuurlijk. Er zijn bibliotheken die bezoekers met dikke boeken, niet zelden puffende studenten, vergasten in een stiltekamer—nooit meer dan een groot uitgevallen isoleercel. Gematerialiseerde contemplatie, waar de verdampte concentratie per airconditioningsysteem werd afgevoerd. Natuurlijk, airconditioning! Vibraties, wind, geronk. Er zijn altijd wel vibraties in de wereld rondom ons. Meer nog, het lijkt erop dat ook als ons brein niets hoort, de geest ons wel hallucinatoire geluiden voorschotelt. Stiltekamers zijn nooit echt stil. Het Hasseltse kunstencentrum Z33 bouwde ooit de installatie Camera Silens van Rob Moonen en Olaf Arndt op voor de tentoonstelling ‘Excess’. De stille kamer is een volledig geluiddichte kubus met daarin een tandartsenstoel. De installatie was voorafgegaan door een experiment van psychiater Jan Gross en zijn collega Peter Kempe die een bijna geluidsdichte cel hadden gebouw om onderzoek te doen naar de effecten van ‘sociale isolatie en zintuiglijke ontbering’. Interessant is dat om het kabinet daadwerkelijk geluidsdicht te maken, een vrachtwagen met ettelijke tonkilo’s materiaal werd aangevoerd. De stille kamer was een bunker van staal en schuimrubber, waar de stilte zich verschanste achter meters aan isolatie tegen het rumoer in de museumzaal. En zelfs daar, half verdoofd zwevend in een tandartsstoel in een verblindend witte cel was de wereld nooit absoluut stil. Zoals John Cage al wist is er nog altijd dat averechtse menselijk lichaam dat pompt, stroomt, broeit, bloedt, borrelt, rochelt, kucht, ademt en blaast. Stiltekamers zijn nooit echt stil—stilte versterkt het kleine geluid. Maar hoe het dan stil krijgen in die hersenpan—ook een kamer? Misschien dan wel door lawaai. In laboratoria waar onderzoek wordt gedaan naar zang en gedrag van vogels worden jonge vogels in afzondering van elkaar liedjes aangeleerd met geluidsopnames. Jongelingen die nooit eerder in contact zijn geweest met vogelzang leren er te zingen. Die laboratoria zijn netjes geïsoleerd. Maar om te voorkomen dat de proefdieren, tijdens het schoonmaken van de hokken, geen liedjes aanleren van hun soortgenoten aan de straatkant of de fluitende poetsvrouw wordt geluid afgespeeld. White noise. Lawaai dus, maar dan wit en derhalve steriel, betekenisloos en ongevaarlijk. Bijna stilte. Net zoals stilte ander lawaai genereert, lijkt lawaai hier stilte op te roepen. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat Messiaen’s tsjirpende composities lawaai zijn—ze zijn alleen geen stilte.