Wilderness to wander

 

 

 

“From now on cities will be built on one side of the street,” bedacht orakel Saul Williams ooit in één van zijn pamfletten. Mocht ze zijn opgedoken in een duf beleidsdocument, de verordening had ongetwijfeld op krachtig gejuich kunnen rekenen van beleidsmakers en kantoorontwerpers allerlagerlanden. Tenslotte heeft de lintwormbebouwing zich zozeer aan Vlaanderen tegoed gedaan dat het inmiddels langs rotondes slingerend de eigen staart verteert. En ondertussen overspoelt ook de randstad zichzelf. De vraag laat zich echter stellen wat Williams diengeval met de andere helft wil? “Soothsayers will have wilderness to wander and lovers space enough to contemplate a kiss”. Steden neerpoten aan slechts die ene kant van de straat, het is dan een briljant idee: Williams dringt de stad terug achter haar hekken en toont het nieuwe en ongeschonden landschap dat zich daardoor ontvouwt. Een stad & een wildernis. Eenvoudig, althans in het luchtledige van Williams’ poëzie. Want is dit niet wat al eeuwen door diezelfde kantoorontwerpers betracht wordt? De ommuurde stad. Wildernis, natuur, ontspanning, agricultuur en voedselproductie verbannen uit de stedelijke ecologie? Ook hier: een stad & een wildernis.

Het is die traditionele tegenstelling die weleens onderuit wordt gehaald. Door Surviving the Suburb (2008) bijvoorbeeld. Het boek verhaalt de pogingen—eveneens in het dichterlijke luchtledige—die Ton Matton ondernam om te komen tot wat hij noemt: “semi-autarkie in suburbia”. Het boek behandelt ondermeer de bekende woonwijk EVA Lanxmeer in het Nederlandse Culemborg die ingericht is als een integraal, duurzaam en ecologisch project, maar ook zijn Klimaatakkers, die in 2007 op enkele braakliggende gronden werden aangelegd in de woonwijk Hoogvliet/Rotterdam. De naïeve ideologie van Tom & Barbara’s moestuin-autarkie die in de 1970s BBC sitcom ‘The Good Life’ nog op het hoongelach van de lachband werd onthaald, staat er hier hip en artistiek voor. Oftewel, in Matton’s woorden: ‘trendy pragmatisme’. Net zo presenteerde ‘Tegenlicht’ afgelopen lente in een tweedelige documentaire Afval is voedsel een reeks grootschalige duurzame projecten waarin natuur en werk samensmelten. In het stedelijke landschap zijn deze projecten een soort van heterotopia; laboratoria of testvlaktes, nog steeds achter hekwerk, maar tenminste zijn het óók proefbuizen waarin klassieke tegenstellingen worden opgelost. Afval wordt voedsel, en stad . . . wordt wildernis.